Bijzondere vondsten in 2016

SoortPlaats /
km-hok
Gevonden doorMaand / Opmerkingen
Fluweelblad
(Abutilon theophrasti)
Laaghalerveen
230-550
Gasselte
250-555
Willem BraamAugustus, 10 exemplaren in een bietenakker.
September, 1 ex. bij Kostvlies.
Fluweelblad is een echte zonaanbidder, die oorspronkelijk uit Zuidoost-Europa komt. Van daaruit heeft de soort zich succesvol naar het noorden verspreid, vermoedelijk meegelift met allerlei veevoer of landbouwzaden, in het bijzonder van (suiker)bieten. Net als elders in Nederland worden de meeste planten ook in Drenthe gevonden op bietenakkers, waarin ze niet te missen zijn, hoog boven de groene bladervlakte van de bieten uittorenend. Je zou verwachten dat de soort het afgelopen decennium geprofiteerd zou hebben van de vele warme zomers, maar er zijn juist veel minder meldingen van Fluweelblad blijkens de trend op verspreidingsatlas. Ook uit Drenthe zijn vanaf 2010 maar in vijf km-hokken exemplaren waargenomen. Kennelijk is het gebruikte bietenzaad nog sterieler geworden en hebben de eerdere vestigingen niet of nauwelijks rijpe zaden in de akkers achtergelaten.
Bochtig look
(Allium zebdanense)
Assen
232-556
Willem BraamEind april, in een gemeentelijk plantsoen. Vorig jaar is hier rigoureus gesnoeid en nu komen de bloemen van deze soort in beeld. Waarschijnlijk hebben ze daar al enkele tientallen jaren gestaan zonder dat daar iets van te zien was. Vrijwel zeker de eerste vondst in Drenthe van deze exoot uit Zuidwest-Azië, die na 1900 is verwilderd en als stinzenplant is aangeplant in de Hollandse duinen en het rivierengebied (verspreidingsatlas).
Riviertandzaad
(Bidens radiata)
Panjerd/Veeninger plas
221-522
Edwin Dijkhuis
Jan Paasman
Martin Stolp
Leny Douma
Joop Verburg
September, 3 grote exemplaren in de vegetatie van het nieuwe waterbergingsgebied tussen de A28 en de Hoogeveense vaart ten noorden van Veeningen.
Eerste vondst in Drenthe (zie verspreidingsatlas).
Dreps
(Bromus secalinus)
Meppel
207-523
Joop Verburg7 Juli, in het oude havengebied bij een vermoedelijke graanoverslag, waar ook korenbloemen stonden. Dit is in Drenthe de tweede vondst na 1950 van deze eenjarige grassoort, die kenmerkend was voor arme wintergraanakkers (verspreidingsatlas). In de Atlas van de Drentse flora (1999, p.141) werd de kans op hervestiging van deze toen ook in de rest van Nederland vrijwel uitgestorven Rode lijst soort klein geacht. Dreps is ook nu nog een zeer zeldzame, ernstig bedreigde soort, die na 2000 maar uit vier km-hokken in Noord-Nederland is gemeld, voor een deel als niet-wilde groeiplaats. Ook in dit geval betreft het vermoedelijk een adventief. Dreps is opgenomen op de lijst van beschermde plantensoorten in de nieuwe Natuurwet, die per 1 januari 2017 van kracht zal worden.
Echt duizendgulden-kruid
(Centaurium erythraea)
Noordbarge
254-531
Peter HeegenJuli, 47 bloeiende exemplaren en een flink aantal rozetten in een berm langs het fietspad door het Noordbargerbos, op een klein hoekje dat bij het maaien net was gespaard. In het gemaaide gedeelte lagen afgemaaide planten en ook rozetten. Dus het werkelijk aantal exemplaren was veel hoger.
Hoewel Echt duizendguldenkruid landelijk gezien algemeen is, is deze soort dat in Drenthe zeker niet. De laatste melding uit de omgeving van deze nieuwe vindplaats dateert uit 1988 (verspreidingsatlas).
Egeria
(Egeria densa)
Assen
232-556
Hoogeveen
228-526
Hoogeveen
229-525
Willem Braam
Edwin de Weerd
Johan Scheeres
Mei/juni, in vijver bij provinciehuis, in juni massaal in bloei in vijvers in woonwijken.
Egeria, ook wel Braziliaanse of Argentijnse waterpest genoemd (zie verspreidingsatlas) is een aquariumplant die zich, eenmaal in een geschikte vijver gekieperd, zeer snel vegetatief kan uitbreiden. Deze Zuid-Amerikaanse exoot is daarmee een ernstige bedreiging voor onze minder snel groeiende inheemse waterplanten. De landelijke verspreidingstrend is vanaf 2005 duidelijk sterk positief. De eerste Drentse melding dateert van 2007, toen Roelf Pot de soort zag in het Oranjekanaal bij Orvelte. In 2008 vond Harm Tjepkema Egeria in een stadsvijver in Coevorden. In km-hok 229-526 (Hoogeveen) is de Egeria voor het eerst opgemerkt in een vijver aan de Rozenstraat (Johan Scheeres), die hier sindsdien standhoudt. Ook in de vijver rond het Noorder sanatorium in Zuidlaren komt de soort blijkens een melding van Guus de Vries uit 2014 voor. Omdat Egeria in niet-bloeiende (alleen manlijke bloemen!) toestand veel lijkt op andere waterpesten, kan deze ongewenste soort over het hoofd worden gezien! Zie voor verschillen de Veldgids Invasieve waterplanten in Nederland, tabel p.32-33 (Min. v. Economische zaken, Landbouw en Innovatie, nieuwe Voedsel en Waren Autoriteit, 2011).
Glanzige ooievaarsbek
(Geranium lucidum)
Meppel
208-522
Joop VerburgMei, in de Gerard Doustraat, grote pol langs een voetpad bij een boom, maar fel in de zon.
 idemZuidwolde
226-520
Joop VerburgJuni, langs een donker bospad aan de oostkant van het Vlinderommetje, op een atypische plek. Was Glanzige Ooievaarsbek voor de eeuwwisseling vrijwel alleen bekend van de binnenduinrand en enkele stedelijke gebieden (o.a. Amsterdam), vanaf 2005 is deze soort van iets beschaduwde, warme en vochtige, zwak basische, uitgesproken stikstof- en voedselrijke, kalkhoudende, vaak stenige grond uit alle delen van het land gemeld, zij het ook regelmatig als ‘niet-wilde groeiplaats’. Dat geldt bijvoorbeeld voor de meldingen uit Groningen en omgeving (verspreidingsatlas).
Mogelijk is hier een verband met de onderlinge uitruil van wilde, heem- en tuinplanten door de leden van de Wilde plantenkring Haren. Bekend is, dat de soort door Ubel Medema vanuit het westen is meegenomen naar zijn tuin en via de Wilde plantenkring bij vele tuinliefhebbers in en rond Haren is terechtgekomen en van daaruit is verwilderd. De eerste Drentse meldingen stammen uit 2005 (zie kaartje).
idemVries
234-566
Willem BraamMaart, honderden planten op de begraafplaats in Vries. Deze groeiplaats is voor het eerst in 2014 door Guus de Vries opgegeven.
Dennenorchis
(Goodyera repens)
Oosterzand, WitteltePaul Gelderloos
Alida Taylor Parkins
Maarten van Gelder
9 Juli, tijdens WFD-excursie. Eén (?) exemplaar met drie bloeiaren langs beschaduwd bospad.
10 Juli, grote groeiplaats met zeker 100 bloeiaren.
Helemaal ‘volgens het boekje’ zijn vlakbij deze groeiplaatsen vrijwel tegelijkertijd twee nieuwe plekken met Dennenwolfsklauw gevonden. Deze nieuwe vondsten van Dennenorchis passen in het beeld dat deze orchissoort van oude grove dennenbossen ook in Drenthe in de lift lijkt te zitten. Landelijk staat Dennenorchis niet meer op de Rode lijst 2012 (verspreidingsatlas). Ze is wel opgenomen op de lijst van beschermde plantensoorten in de nieuwe Natuurwet, die op 1 januari 2017 van kracht wordt. Ook in 2015 zijn in Drenthe twee nieuwe groeiplaatsen ontdekt, zoals gemeld in Nieuwsbrief 51.
Dennen-wolfsklauw
(Huperzia selago)
Oosterzand, WitteltePaul Gelderloos
Alida Taylor Parkins
Maarten van Gelder
9 Juli, tijdens WFD-excursie. Eén rijk vertakt exemplaar met duidelijk herkenbare broedknoppen in de oksels van de bladeren in het middendeel van de stengels, met een kleine, vegetatieve uitloper; tussen kraaiheide op een met grove dennen begroeid stuifzandduin.
10 Juli, veel grotere groeiplaats (zie foto), iets noordelijker van de eerste vondst, in een minder beschaduwde, gemengde bosrand.
Net als de vlakbij gevonden Dennenorchis wordt Dennenwolfsklauw de laatste jaren weer wat meer gevonden, maar ze staat nog steeds als ‘kwetsbaar’ op de Rode lijst 2012 (verspreidingsatlas).
Dessertbladen
(Malva verticillata)
Emmercompascuum
266-567
WFD-excursie17 September, op twee plekken (5 resp. 4 exx. ) in (moes)tuincomplex aan de noordrand van het dorp. Derde vondst in Drenthe, na melding uit km-hok 224-570 (oktober 2014, Guus de Vries) en vondst bij Dickninge tijdens Plantenjacht 2015-2016 (pwg.IJhorst-Staphorst, zie Bijzondere vondsten 2015) (niet opgenomen op Verspreidingsatlas).
Ruw parelzaad
(Lithospermum arvense)
Meppel
208-523
Edwin DijkhuisApril, van deze bedreigde pioniersoort van kalkrijke(re) graanakkers (verspreidingsatlas) bloeide een groepje in een berm van een zandpad/half verharde weg langs de haven, nabij een voormalige overslagplaats van Agrifirm. Het laat zich makkelijk raden hoe dit graanadventief hier ooit is gekomen. Uit Drenthe zijn tot nu toe alleen vondsten van vòòr 1950 bekend uit het uiterste noorden van de provincie. Net zoals deze recente vondst bij Meppel betrof het ook hier zeer waarschijnlijk adventieven (Atlas van de Drentse flora, p. 134).
Noordelijke waterlelie
(Nymphaea alba ssp. candida)
Huis ter Heide
227-559
Huis ter Heide
228-559
Kloosterveen
229-557
Nieuweroord
236-529
Nieuweroord
235-529
Nieuweroord
234-528
Nieuweroord
234-527
Steigerswijk
239-522
Steigerswijk
240-522
Henk Jager Rense Haveman  Augustus, deze ondersoort van de Witte waterlelie onderscheidt zich van de ‘gewone’ Witte waterlelie, o.a. door verdikte nerven onderzijde blad, dat meestal rood is en waarvan de hoofdnerven van de basale bladpunten niet uit elkaar wijken, maar terugbuigen. Ook liggen de bloemen deels onder water. Deze en andere verschillen vind je in de determinatiehulp op verspreidingsatlas.
De vondsten van Henk Jager bevestigen dat deze ondersoort nog steeds voorkomt in de Norgervaart/Kolonievaart, waar de Noordelijke waterlelie in 1993 in km-hok 228-559 door Ate Dijkstra is gevonden (Atlas Drentse flora p.731) .
Augustus, de vondsten van Rense Haveman in veenwijken sluiten aan bij de eerdere melding van Eddy Weeda in km-hok 235-529 in 2004. In 2016 verschijnt een uitgebreider artikel over de ecologie van de Noordelijke waterlelie in Stratiotes, het tijdschrift van de Plantensociologische Kring Nederland (PKN).
Rivierfonteinkruid
(Potamogeton nodosus)
Panjerd/Veeninger plas
221-522
Edwin Dijkhuis
Jan Paasman
Martin Stolp
Leny Douma
Joop Verburg
September, in de randzone van de Hoogeveense vaart ten noorden van Veeningen.
Eerste vondst in Drenthe (en heel Noord-Nederland!) (zie verspreidingsatlas).
Breed pijlkruid
(Sagittaria latifolia)
Assen
234-559
Assen
236-559
Hoogeveen
227-525
Hoogeveen
230-526
Willem Braam

Johan Scheerer
Augustus, enkele honderden exx. in oever vijver in Peelo.
Augustus, in Marsdijk.
September, niet-wilde groeiplaats (ongeveer 10 exx.) in wijk Schutlanden.
Augustus, 50 exx. in woonwijk Krakeel.
Deze waterplant is een exoot uit N-America die plaatselijk is ingeburgerd (N-Brabant, Utrecht, zie verspreidingsatlas). Breed pijlkruid groeit op dezelfde standplaatsen als ons ‘eigen’ Pijlkruid (Sagittaria sagittifolia). In Nederland produceert de soort geen zaden en ze moet het dus hebben van vegetatieve vermeerdering en dumpen vanuit tuinvijvers. In 2015 heeft Guus de Vries Breed pijlkruid gevonden langs een dorpsvijver in Leek, net over de Drentse grens. De eerste meldingen uit Drenthe zijn alle van 2016. De foto’s van Willem Braam laten zien dat Breed pijlkruid dichte gordels langs oevers van vijvers en plasjes kan vormen. De bloeiwijzen ogen verleidelijk, maar of het ook een echte aanwinst voor onze flora is?
Schaduw-kruiskruid
(Senecio nemorensis)
Midlaren
239-569
Leo StockmanJuli, zeker 10 groeiplaatsen met bloeiende exemplaren ter weerszijden van het fietspad langs de Vijftig Bunder. Schaduwkruiskruid is een vrij algemene soort in Zuid-Limburg, maar zeldzaam in de rest van Nederland (verspreidingsatlas). De eerste meldingen in Noord-Nederland, in Friesland, dateren pas van na 2005. De groeiplaats bij de Vijftig Bunder, de enige in Drenthe, is voor het eerst eind augustus 2012 opgegeven door Lukas Verboom (waarneming.nl). Daarna is de soort hier vrijwel jaarlijks vastgesteld.
Doorwaskervel
(Smyrnium perfoliatum)
Schipborg
240-563
Els en Berry Heijman Hindrik LanjouwMei, één bloeiend exemplaar in de berm van fietspad langs de Schapendrift tussen Zeegse en Schipborg, ter hoogte van de Burgvallen. Dit is de tweede groeiplaats in Drenthe van deze oorspronkelijk uit het oostelijk deel van het Middellandse zeegebied afkomstige exoot, die sinds 2000 ook in Nederland is verwilderd (verspreidingsatlas). De eerste Drentse meldingen betreffen steeds km-hokken 221-232/233, Benderse bij Ruinen, de eerste keer in 2007.
Duinvogelmuur
(Stellaria pallida)
Meppel
208-521 208-522 208-523 209-521 209-522 209-523 209-524
Edwin DijkhuisEind maart, tijdens de paasdagen op een fietstochtje in heel Meppel in gazons/bermen en boomspiegels vastgesteld. Voor Duinvogelmuur lijken we in Drenthe nog steeds een blinde vlek te hebben. Net als elders ‘op het zand’ in Oost en Zuid-Nederland (verspreidingsatlas) moet deze bleke bet ook in Drenthe op veel plaatsen te vinden zijn. Maar daarvoor moet je echt vroeg in het seizoen, vanaf half maart tot begin mei én op een zonnige dag vooral op pad in de bebouwde kom. Dan staan de bloemen open, die heel kleine of geen kroonblaadjes hebben. Met de nieuwe vondsten in Meppel, deels uit al bekende km-hokken, is Duinvogelmuur in Drenthe nu uit 39 km-hokken bekend (zie kaartje). Vrijwel alle meldingen zijn van na 2005, grotendeels van waarnemers die het goede zoekbeeld ervoor hebben, zoals Edwin Dijkhuis en Peter Venema. Duinvogelmuur is ten onrechte niet als inheemse Drentse soort opgenomen in de Atlas van de Drentse Flora (1999). Onbekend maakt onbemind . . .
Schijnklimop-ereprijs
(Veronica cymbalaria)
De Wijk
215-520
Edwin DijkhuisApril, op de begraafplaats in De Wijk vond Edwin Dijkhuis enkele exemplaren van deze nieuwkomer in de Nederlandse flora. Deze eerste vondst in Drenthe is de vierde in Nederland. Omdat Schijnklimopereprijs veel lijkt op ‘gewone’ Klimopereprijs is de soort mogelijk tot nu toe over het hoofd gezien. Ze zijn eigenlijk alleen aan de kleur van de bloemen en de sterk behaarde vruchten goed te onderscheiden. Dat is mooi te zien op de foto’s in het Natuurbericht over deze bijzondere vondst. Ga naar Nature Today.